Leerlingen lopen stage in het VSO om de volgende redenen:
- Als voorbereiding op de toekomst van de leerling
- Ontdekken wat voor werk, taken of bedrijf bij de leerling past
- Stappen richting toekomstig werk of dagbesteding van de leerling
- Ontwikkelen van de werknemersvaardigheden van de leerling
Er worden op verschillende momenten in het VSO stages aangeboden. Iedere vorm van stage heeft een eigen insteek en doelstelling. Op de Duisterhoutschool ziet het stagetraject er als volgt uit:
In de eerste fase van het VSO laten we leerlingen binnen de school kennismaken met deze 4 sectoren. In en rondom de beide locaties hebben we mogelijkheden om praktijklessen binnen deze sectoren aan te bieden. Ook volgen de leerlingen een begeleide interne stage.

In de fase 2 kiest de leerling 2 sectoren die hem of haar het meeste aanspreken. We gaan dan ook met een groep naar een bedrijf of een andere organisatie, dus buiten de school, om gezamenlijk aan een opdracht te werken (Leren op Locatie – LOL). We doen dat in kleine groepjes en er gaat altijd een leerkracht mee. Hierdoor kunnen de leerlingen in de praktijk ontdekken of ze bepaalde werkzaamheden leuk of misschien wel minder leuk vinden.

In de laatste fase van het VSO kiest de leerling 1 sector waarin hij of zij wil uitstromen. Binnen deze sector gaat hij of zij ook echt stagelopen. Waar dat is en hoe zelfstandig dat allemaal gaat, verschilt natuurlijk per leerling. We hebben leerlingen die naar een bedrijf gaan en daar enkele dagen per week stagelopen. Maar er zijn ook leerlingen die in een beschermde omgeving blijven en gehaald en gebracht worden. Dit voorbereiden op de uiteindelijke uitstroom gaat op dezelfde manier zoals wij ook onderwijs geven: aangepast op de individuele leerling en dus maatwerk.
Tijdens de stages:
- Bereiden de leerlingen zich voor op hun plek in de maatschappij. De leerlingen krijgen les in werknemers- en sociale vaardigheden die ze nodig hebben in hun naschoolse periode op het gebied van wonen, werken en vrije tijd.
- Komen de leerlingen in contact met samenleving, net als hun leeftijdsgenoten in het regulier onderwijs. Hierbij is het sociale aspect van groot belang, van omgangsvormen tot het maken en nakomen van afspraken.
- Werken de leerlingen in een realistische leer- en werkomgeving. De leerling ontwikkelt vaardigheden, kennis- en houdingsaspecten via stageopdrachten.
In de laatste twee fases is ook het stagebureau nauw betrokken bij de leerling.

Werknemersvaardigheden
De leerlingen maken al kennis met de algemene werknemersvaardigheden zodra ze met een vorm van stage beginnen. Dus ook binnen de BIS (begeleide interne stage) en de BES (begeleide externe stage). Van niet alle leerlingen vragen we alle vaardigheden. U kunt zich voorstellen dat werken binnen een regulier bedrijf weer andere vaardigheden van een leerling vraagt dan binnen dagbesteding.
| Algemene werknemersvaardigheden
|
|
| Leren
Profiel 2 en hoger |
Ik wil me blijven verbeteren in het werk. |
| Ik leer van mijn fouten. | |
| Ik begrijp de opdracht(en). | |
| Ik weet wat ik gemakkelijk en moeilijk vind in mijn werk. | |
| Ik weet hoe ik het beste leer. | |
| Eerlijk en integer handelen
Profiel 2 en hoger |
Ik luister wanneer iemand mij op mijn gedrag wijst. |
| Ik bedank een ander als ik iets krijg. | |
| Ik weet hoe ik mij op de werkvloer moet gedragen. | |
| Ik uit mijn gevoelens alleen tegen personen bij wie dat gepast is. | |
| Ik kan het uiten van mijn gevoelens uitstellen tot een geschikt moment. | |
| Adequaat hulp vragen
Profiel 2 en hoger |
Ik vraag om uitleg aan een afgesproken persoon wanneer ik iets niet begrijp. |
| Ik kan een vraag uitstellen tot een geschikt moment. | |
| Ik pas verschillende manieren toe waarop je iemand kunt aanspreken (formeel/informeel). | |
| Ik vind bij problemen zelf, of in overleg met anderen, een passende oplossing. | |
| Instructies en procedures opvolgen
Profiel 3 en hoger |
Ik kijk en luister naar de instructie(plaatjes). |
| Ik oefen de taak onder leiding van mijn begeleider. | |
| Ik begin na de pauze meteen weer aan mijn werk. | |
| Ik voer mijn taken uit zoals is afgesproken. | |
| Materialen en middelen gebruiken
Profiel 3 en hoger |
Ik verken de mogelijkheden van materialen. |
| Ik pak meerdere voorwerpen die ik nodig heb bij een bekende taak. | |
| Ik pak voor een willekeurige, onbekende taak alle benodigde voorwerpen aan de hand van een materiaallijst. | |
| Ik pak passend gereedschap/materiaal bij een nieuwe taak. | |
| Ik verzamel en sorteer afval en restmateriaal op de juiste wijze. | |
| Ik benoem welke beschermingsmiddelen bij welke werkzaamheden horen. | |
| Samenwerken en overleggen
Profiel 2 en hoger |
Ik lever een positieve bijdrage aan de werksfeer. |
| Ik werk op een plezierige en ondersteunende manier samen. | |
| Als ik iets niet alleen kan doen, vraag ik anderen om hulp. | |
| Als mijn werkzaamheden zijn afgerond, meld ik dit aan mijn collega of leidinggevende. | |
| Ik werk met een ander samen aan een bekende taak, op basis van de afgesproken taakverdeling. | |
| Kwaliteit leveren in arbeidsmatige situaties
Profiel 3 en hoger |
Ik kan m.b.v. stappenplannen (foto’s, picto’s, etc.) bekende handelingen uitvoeren. |
| Ik werk nauwkeurig. | |
| Zoveel minuten werk ik geheel zelfstandig aan een taak (vul het aantal minuten in: 5-15-30-45-60): |
|
| Ik lever na een dagdeel het aantal producten af dat ik had afgesproken. | |
| Ik controleer of ik mijn werk goed/netjes heb gedaan. | |
| Omgaan met veranderingen
Profiel 3 en hoger |
Ik blijf werken als er overlast is in de ruimte. |
| Ik blijf rustig als er nieuwe mensen komen. | |
| Ik neem een opdracht aan van een nieuwe collega/begeleider. | |
| Ik blijf rustig als er onduidelijkheid is over wat ik moet doen. | |
| Ik stel mij flexibel op bij wisseling van taken. | |
| Met druk en tegenslag omgaan
Profiel 3 en hoger |
Ik werk door ook als de werkzaamheden niet zo leuk, saai of lastig zijn. |
| Ik probeer mijn taak nog een keer als het de eerste keer niet lukt. | |
| Ik blijf beleefd als ik kritiek krijg op mijn werk. | |
| Ik laat merken dat ruzie voorbij is. | |
| Werkzaamheden plannen en organiseren
Profiel 3 en hoger |
Ik rond een taak af, als de tijd verstreken is, bij een afgesproken tijdsplanning. |
| Ik werk korte tijd zelfstandig aan één bekende, terugkerende taak. | |
| Ik doe zelfstandig twee op zichzelf staande bekende taken achterelkaar. | |
| Ik doe zelfstandig meerdere bekende samenhangende taken achterelkaar | |
| Ik voer mijn taken in een logische volgorde uit. | |

